Hartfalen is een aandoening waarbij de pompfunctie van het hart langzaam afneemt. Bij elke hartslag zijn er 2 fases:

  1. de hartspier trekt krachtig samen. Zo pompt de hartspier het bloed uit de kamers van het hart (systole);
  2. de hartspier ontspant zich. De hartkamers vullen zich weer met bloed (diastole).

Bij hartfalen trekt het hart niet goed samen of ontspant het niet goed. In beide gevallen pompt het minder bloed rond.

Infographic waaruit bestaat een hart

Het hart bestaat uit 4 holtes (A, B, C, D) die bloed door het lichaam pompen.

  1. Het rechter atrium ontvangt bloed van organen en weefsels.
  2. De rechter hartkamer stuurt bloed naar de longen.
  3. Het linker atrium ontvangt met zuurstof gevuld bloed uit de longen.
  4. De linker hartkamer stuwt bloed via de aorta door het hele lichaam.

De 4 kleppen (1, 2, 3, 4) laten het bloed in één richting stromen.

Ejectiefractie (EF): de spierkracht van het hart

De ejectiefractie is een percentage dat uitdrukt hoeveel bloed er bij het samentrekken van de hartspier uit de linker- of de rechterkamer wordt geperst. Het is een goede indicatie voor de spierkracht van het hart.

Gezonde mensen hebben een ejectiefractie van 60 of 70 procent. Afhankelijk van de ejectiefractie zijn er verschillende types van hartfalen. Om te bepalen over welk type hartfalen het gaat, zijn er aanvullende onderzoeken nodig voor de bevestiging hiervan.

Bij hartfalen werkt het hart dus minder goed. Het kan het bloed minder goed wegpompen. De organen en spieren krijgen niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen. De bloedvaten raken vol en er lekt vocht uit. Dit gebeurt vooral naar de longen, buik, benen en enkels.

Daar merkt u als hartfalenpatiënt in het begin weinig van, tot er klachten ontstaan. De meest voorkomende symptomen zijn sneller vermoeid raken, vocht vasthouden en kortademigheid bij dagelijkse activiteiten zoals traplopen, de hond uitlaten of boodschappen doen.

De ernst van hartfalen wordt meestal ingedeeld volgens de New York Heart Association Classification kortweg NYHA klasse. Dit is een internationale codering. NYHA is een functionele classificatie waarbij de ernst gebaseerd is op symptomen bij inspanning.

Volgens de NYHA zijn er zijn 4 categorieën van hartfalen:

1. Klasse I: Geen klachten bij rust of normale inspanning
2. Klasse II: Alleen klachten bij normale inspanning, maar niet in rust
3. Klasse III: Bij lichte inspanning al klachten, nauwelijks klachten in rust
4. Klasse IV: Klachten bij elke inspanning en zelfs in rust

Aan de hand van deze symptomen kan uw arts of cardioloog beoordelen hoe ernstig uw hartfalen is.

De oorzaken van hartfalen

Bij hartfalen is er schade aan de hartspier. Er zijn verschillende oorzaken. De schade kan ontstaan na een hartinfarct of als u heel lang een hoge bloeddruk hebt. Ook andere (hart)ziekten kunnen tot hartfalen leiden.

Hartinfarct

Meestal ontstaat hartfalen na één of meer hartinfarcten, afhankelijk van de plek en de ernst van het infarct. Een hartinfarct beschadigt de hartspier waardoor er een litteken ontstaat. Op de plek van het litteken trekt het hart niet meer samen. Hierdoor neemt de pompfunctie van het hart af en kan hartfalen ontstaan.

Hoge bloeddruk

Bij een hoge bloeddruk moet het hart harder werken dan normaal. Het moet tegen een hoge druk het bloed in het lichaam pompen. De hartspier wordt dan dikker en minder soepel, en na een tijdje stijver. Er ontstaat hartfalen. Door de bloeddruk gezond te houden, kan hartfalen voorkomen worden.

Hartfalen door andere hartaandoeningen

Sommige hartaandoeningen kunnen het hart overbelasten en zo tot hartfalen leiden. Zoals

  • hartritmestoornissen. Bij een ritmestoornis klopt het hart te langzaam, te snel of onregelmatig. Dit vraagt extra inspanning van het hart. Bij langdurige ritmestoornissen, bijvoorbeeld boezemfibrilleren, kan dit leiden tot hartfalen.
  • slechte doorbloeding van de hartspier. Als de hartspier te weinig bloed krijgt, dan kan deze minder goed samentrekken. Dit kan veroorzaakt worden door aandoeningen van de kransslagaders of de kleinere vertakkingen hiervan.
  • hartklepaandoening. Als de hartkleppen lekken of vernauwd zijn, moet het hart extra hard werken. Het hart kan hierdoor overbelast raken. Dit kan op den duur hartfalen veroorzaken. Als de kapotte hartklep gerepareerd of vervangen wordt, kan de pompfunctie zich grotendeels herstellen.
  • hartspierziekte (cardiomyopathie). Cardiomyopathie is een verzamelnaam voor ziekten van de hartspier zelf. De hartspier is verwijd of verdikt of is veranderd in bindweefsel. De hartspier trekt na verloop van tijd niet meer goed samen of ontspant zich niet meer voldoende. Het hart kan minder goed pompen en er ontstaat hartfalen.
  • aangeboren hartafwijkingen. Een aangeboren hartafwijking kan zich later ontwikkelen tot hartfalen. De kans hierop is afhankelijk van de soort en de ernst van de aandoening.
  • ontstekingen van het hart. De hartspier kan beschadigd raken na ontstekingen van het hart, bijvoorbeeld door een virus of bacterie.

Risicofactoren

Een enkele risicofactor kan voldoende zijn om hartfalen te veroorzaken, maar een combinatie van factoren verhoogt ook uw risico. Risicofactoren zijn onder meer:

  • hoge bloeddruk;
  • coronaire hartziekte (versmalde slagaders);
  • hartaanval;
  • diabetes;
  • sommige medicijnen;
  • slaapapneu;
  • aangeboren hartafwijkingen;
  • valvulaire hartziekte (hartklepafwijkingen);
  • virussen;
  • alcohol gebruik;
  • roken;
  • obesitas;
  • onregelmatige hartslag.

Bronnen: mayoclinic - hartstichting - lvad

Deel deze pagina met andere mensen die dit interessant vinden.